De geografie van Portugal

Landschap

Portugal heeft een zeer gevarieerd landschap, zoals groene heuvels in het noorden, uitgestrekte vlakten langs de kust en in de Taagvallei en droge streken in het uiterste zuiden.

In de kuststrook, waar men veel dennen heeft aangeplant, vindt men naast duinen ook een grote lagune bij Aveiro en mais- en rijstvelden, weilanden begrensd door sloten en kanalen overgaand in de uitlopers van de Serras. Deze bergketens, oplopend tot 1200 meter, vinden in het oosten (tegen Spanje aan) hun afsluiting in de Serra da Estrela (Stergebergte) tot 2200 meter hoog.
In de voorgenoemde Serras vindt men geweldige boscomplexen, doorsneden door beken en machtige rivieren, enorme stuwmeren, her en der tegen de heuvels en bergen opgeplakte pittoreske dorpjes en stadjes.
Op de meest uitzonderlijke plekken in Portugal vindt men nog brokken cultuur uit de Romeinse- en middeleeuwse tijden.

Bijna overal in Portugal kan men zwemmen in de niet vervuilde rivieren, beken of stuwmeren, en urenlange wandelingen maken, waarbij je soms niemand tegenkomt. De lucht is er zuiver en vol energie.

Klimaat

Evenals andere zuideuropese landen kent Portugal een droge zonnige zomer, maar door de invloed van de Atlantische Oceaan (en dan vooral door de heerlijk verkoelende noord-westen wind, die 's middags en 's avonds vaak door de dalen omhoog komt) lopen de temperaturen niet zo hoog op dan in de Middellandse-Zeelanden op dezelfde breedtegraad.
In het noorden en midden van Portgual zijn de temperaturen wat meer gematigd, omdat dit gebied zeer bosrijk is. Men noemt het gebied dan ook de groene long van Portugal.
Ook zijn de temperatuursverschillen tussen dag en nacht en die tussen zomer en winter door diezelfde invloeden geringer. Dit geldt voor de oplopende kuststrook en de lagere Serras waar het klimaat veel milder blijft in de winter.
Wel kent men regenmaanden, waarbij er forse buien kunnen vallen, maar vaak direct gevolgd worden door langere perioden met zonneschijn!